Leven van een Wajong-, WIA- of WAO-uitkering … Ja, hoe is dat eigenlijk? Voel je je er prettig bij? Of is het eerder overleven? Steven, Marian en Caroline reageerden.

‘Leven van een uitkering is heel dubbel’ (Caroline, 55)

Rond moeten komen van een uitkering. Niemand die daarom heeft gevraagd. Maar hoe is dat nou eigenlijk? Voel je je dubbel beperkt, omdat je niets kunt doen om je (financiële) positie te verbeteren? Of juist blij dat een dergelijke voorziening er is? Drie ervaringsdeskundigen vertellen erover.

Steven – Wajong: ‘Geen vetpot’

Steven (30) heeft een spierziekte en een (oude) Wajong-uitkering. Hij volgde speciaal onderwijs, maar zat na zijn studie ineens in de reguliere wereld. Steven: ‘Ik kon niet goed inschatten hoe ik om moest gaan met mijn werkgever en collega's die geen beperking hebben. Gelukkig werd ik geholpen door een jobcoach. Zij legde de verantwoordelijkheden bij mij neer, omdat ik ‘niet bepaald dom’ was. Na enkele jaren ging het steeds beter. Inmiddels werk ik 20 uur per week met veel plezier bij de overheid, waar ik een van de collega's ben en niet die Wajonger. Deze uitkering maakt mijn leven wél iets makkelijker. Als mijn baan verdwijnt, kan ik terugvallen op mijn Wajong. Het is natuurlijk geen vetpot, maar met het bijhouden van je financiële administratie heb je zelf in de hand wat je doet met je geld.’

Marian – WAO: ‘Klote’

Marian (52) heeft te kampen met toegenomen klachten als gevolg van een aangeboren handicap (spina bifida). Ze heeft al zeker 15 jaar geen betaald werk meer en ontvangt een WAO-uitkering. Veel woorden heeft ze niet nodig om te beschrijven wat leven van een uitkering voor haar betekent. ‘Daar kan ik erg kort over zijn: klote! Ik ben geboren met spina bifida. Ik wist dat ik misschien versleten heupen zou krijgen, door de manier waarop ik loop. Maar ik wist eigenlijk niet dat mijn handicap kon verergeren. 
Na de regelmaat van een werkend bestaan kwam ik ineens thuis te zitten. De revalidatiearts vond dat ik rust moest nemen, maar eigenlijk is dat niets voor mij. Natuurlijk weet ik wel dat dat het beste voor mij is. Toen mijn kinderen allebei net na elkaar het huis verlieten, voelde ik me erg nutteloos. Je doet er niet meer toe. Niet voor je werk, en niet voor de kinderen. Gelukkig was mijn oudste dochter al vrij snel zwanger. Nu pas ik soms op. Ik kijk er altijd naar uit als mijn kleindochter komt. Dan heb ik weer een nuttige invulling van mijn dag.’

Caroline – WIA (IVA): ‘Dubbel’

‘Leven van een uitkering is heel dubbel’, zegt Caroline (55). ‘Na de diagnose PDD-NOS werd ik in 2013 volledig arbeidsongeschikt verklaard. Van UWV ontvang ik een IVA-uitkering, daarnaast doe ik een paar uur per week vrijwilligerswerk. Het is fijn dat deze mogelijkheid er is. Ik heb hiermee een bevestiging en erkenning gekregen na 30 jaar werken met grote problemen. Eindelijk geen dreigend ontslag meer boven mijn hoofd. Ik heb rust en een bepaalde zekerheid gekregen die ik nooit eerder ervaren heb. Aan de andere kant sta ik nu aan de zijlijn. Ik heb een beperking. Die zich in mijn geval voor 80% in werksituaties voordoet. In andere situaties ervaar ik mijn beperking niet als zodanig, en dat bezorgt me regelmatig schuldgevoelens: verdien ik deze uitkering wel?
Mijn vrijwilligerswerk heb ik precies zo gedoseerd dat het geen problemen geeft. Ik heb het zelf in de hand. Maar toch denk ik dat ik opgelucht zal zijn als ik over 12 jaar mijn pensioen krijg. Dan ben ik weer ‘net als iedereen’ die gewerkt heeft.’

 

Wil jij ook reageren op de stelling: Leven van een uitkering is …? Laat je reactie hieronder achter.

Lees meer over

Uitkering

Reacties

Reactie toevoegen

Laat hieronder je reactie achter. Het betekent een verplicht veld

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Reactie beperkt tot 1000 tekens, nog 1000 over